Jamaica

Jamaica staat natuurlijk vooral bekend om twee dingen: reggae en ganja. Voor wie het niet weet, ganja is cannabis, oftewel wiet, wat vaak hand in hand gaat met reggae. Ik vroeg mij dan ook af, en met mij waarschijnlijk vele anderen, in hoeverre die wiet hier echt zo’n grote rol speelt of dat het vooral een deel van het Jamaicaanse culturele stereotype is.

Hoewel ik niet letterlijk kan zeggen ‘ik rook het vanaf het moment dat ik uit het vliegtuig stapte’ scheelt het niet veel. Toen ik in de auto stapte die mij ophaalde van het vliegveld, werd ik omgeven door de wietlucht. Welkom, het is waar: ganja is overal! Er gaan echt weinig meters voorbij zonder het te ruiken.

Voor een niet-roker (en toerist) is het heel grappig om hier dan vervolgens rond te lopen. Het wordt je namelijk continu aangeboden. Het duurde slechts vijf minuten voor ik voor het eerst op straat werd aangesproken. Tot nu te heb ik het alleen mannen zien doen, maar wie weet zijn er ook vrouwen, die het doen. Het lijkt in ieder geval alsof iedereen het heeft of er aan weet te komen.

Het praatje is eigenlijk altijd hetzelfde. Vaak begint het met de vraag of je wat wilt kopen. Of, als ze wat directer zijn, vragen ze je of je rookt of wilt roken. Of je daar nu ‘ja of nee’ op antwoordt, er wordt vervolgens altijd gezegd dat ze wel wiet voor je hebben of brownies of soms zelfs snoepjes. Het gebeurt openlijk en toch wordt het enigszins op een heimelijke manier gevraagd. Het volume van de stem gaat altijd net een klein beetje omlaag.

Het mag dan wel overal te ruiken en te verkrijgen zijn, wiet is niet 100% legaal op Jamaica. Vrij recent, in 2015, is er een wietwet aangepast om ganja te decriminaliseren. Tegenwoordig zijn kleine eenheden voor (medicinaal) gebruik min of meer legaal: er staat enkel nog een klein boete op. Een huishouden mag bovendien vijf of minder planten telen en rastafari mogen het gebruiken voor hun rituelen.

De autoriteiten zeggen hard op te treden tegen het overtreden van de regels, maar of dat echt gebeurt, weet ik niet. Daarvoor is het te aanwezig. Het lijkt erop alsof wiet gedoogd wordt op Jamaica, net als in Nederland. Het is er en gebruik (en teelt) is mogelijk, maar met beperkingen. Volgens mij wordt er veel door de vingers gezien, maar dat is een veronderstelling, waarvan in de komende maanden zal blijken of ze waar is.

Zou ik roken, dan zou Jamaica in ieder geval een paradijs zijn. Tot dat moment, geniet ik van het feit dat iedereen het me probeert te verkopen en blijf ik vriendelijk ‘No thank you’ zeggen met een glimlach. Eens zien of ik dat na twee maanden ook nog zo vriendelijk doe.

Afbeelding: © Laura van Heun.