In deze column geef ik een inkijkje in mijn leven in Oeganda, waar ik werk op een Disaster Risk Reduction project met de Church of Uganda – Diocese of Kigezi. Ik ben uitgezonden door Diaconia Tsjechië, maar werk lokaal onder het bisdom Kigezi. 

Mijn project valt onder het departement voor ontwikkeling en rehabilitatie, een aparte arm van Church of Uganda (de Anglicaanse kerk), die humanitaire- en ontwikkelingshulp verleend door heel het land via de verschillende bisdommen. Het kantoor is gelegen in het gezellige stadje Kabale in Zuidwest Oeganda. Hoe ervaar ik mijn werk voor een conservatief Christelijke en sterk bureaucratische organisatie? En wat is mijn mening ten aanzien van de ontwikkelingshulp die geboden wordt vanuit dit conservatief levensbeschouwelijk perspectief?

Karaoke in de kerk

Enthousiast zing ik mee met de tekst op het grote scherm voor in de zaal. Ik zwing met mijn heupen op de maat en klap mee met de opzwepende muziek van de band die een paar meter bij me vandaan staat. Het kan me niet schelen dat ik zo vals zing als een kraai. Zelfs de luide uithaal aan het eind schreeuw ik vol overtuiging mee.

Bij menig bekende zal er nu een beeld op het netvlies verschijnen van mij met een wijntje teveel op in een van mijn favoriete kroegen. Echter, bovenstaande anekdote vond niet plaats tijdens een nacht in de bar, maar tijdens de zondagsmis in de Anglicaanse kathedraal van Kabale. Ieder weekend is het weer een vrolijke bedoening. De ene week speelt er een band en de andere week een heuse fanfare. Vrouwen stralen in hun mooiste doeken of jurken en kinderen dansen rond met gekleurde strikken in het haar.

Weekend!

Na de dienst schud ik velen handen en praat ik uitgebreid bij met de andere kerkgangers. Als blanke jonge vrouw ben ik al snel een bekend gezicht in de gemeenschap van de Anglicaanse kerk van dit kleine stadje. Dit komt onder andere doordat ik werk op het kantoor van de Diocese of Kigezi, een van de Anglicaanse bisdommen onder Church of Uganda.

De priester, tevens mijn collega en buurman, geeft me na de dienst een lift naar huis in zijn auto. We reflecteren op de preek van vandaag. Thuis aangekomen pak ik snel mijn bikini en verruil ik mijn lange rok voor een spijkerbroek. Het is tijd om met vrienden naar het meer te gaan om te zwemmen en een biertje te drinken. Het is tenslotte weekend voor deze vrij opgevoede jonge Nederlandse.

Ode aan de Bisschop 

Op het moment dat ik hoorde dat ik aangenomen was voor het Disaster Risk Reduction programma en geplaatst ging worden in een organisatie die aftakt van Church of Uganda werd ik nieuwsgierig. Mijn relatie met het geloof gaat niet verder dan een paar jaar Christelijke basisschool en de Protestantse kant van mijn moeders familie. Ik googelde en vond de website van de organisatie. Een foto van de Bisschop verscheen op mijn scherm, zijn telefoonnummer en de tekst: ‘To proclaim the Gospel in accordance with Christ’s commission to make disciples of all nations’. Ik scrol naar het kopje ‘about us’. Ze zijn Jesus-loving en Bible-believing staat er.

Tja. Heel mooi allemaal, maar waar is de humanitaire hulpverlening waarvoor ik aangenomen ben? De twijfel slaat een beetje toe. Welke donororganisatie is hierin geïnteresseerd? Is dit wel een ontwikkelingsorganisatie en niet puur een missie die het evangelie brengt? Toch stapte ik in het vliegtuig. Ik zal het zien en beleven.

Deze diashow vereist JavaScript.

De kracht van de kerk

Ondertussen maak ik al enkele maanden deel uit van de organisatie en blijkt het toch echt te gaan om een professionele en betrokken ontwikkelingsorganisatie. De manier van werken is wel om over naar huis te schrijven. Door middel van het trainen van facilitators en commissies bouwen de ontwikkelingsprojecten bijna zelfstandig uit. De laagdrempeligheid en betrokkenheid van gemeenschappen via de kerk is de kracht. Aangezien geloof een grote rol speelt in de Oegandese samenleving en meer dan 85% van de Oegandese bevolking Christelijk is, heeft de kerk een groot bereik.

Verwoestende rampen

De Diocese is zeer betrokken bij landschapsbehoud, aangezien landverschuivingen en overstromingen infrastructuur verwoesten en velen mensenlevens kost in dit gebied. Gemeenschappen trainen in het aanleggen van terrassen op de heuvels en het graven van kanalen om het landschap, landbouwgrond en mensenlevens te beschermen, is dan ook prioriteit. Verder is de organisatie bekend in Kabale om de watertank constructie trainingen, waarbij vrouwengroepen zelf tanks leren bouwen en op hun beurt andere gemeenschappen trainen.

Vele gezichten

Ondanks dat ik nog steeds denk dat de foto van de ietwat dikkige Bisschop die de website siert niet bepaald een fondsentrekker is voor ontwikkelingshulp, ben ik ook van mening dat het juist die kneuterigheid en de verbondenheid van het kerkleven is die de hulp zo effectief maakt. De Kigezi Diocese is een soort familie met verschillende identiteiten en vele activiteiten die naast elkaar plaatsvinden.

Ook mijn persoonlijke leven is een soort mix geworden. ‘s Avonds is er niets te merken van het kerkleven dat mijn leven tegenwoordig grotendeels kleurt. Ik geniet van mijn vrije tijd zoals ik altijd deed, met vrienden in de kroeg, flauwe grappen en een drankje. ’s Ochtends neem ik echter weer deel in de verplichte bijbelstudie voor het werk en draai ik mijn hand niet om voor het leiden van het gebed of bespreken van een bijbelvers.

Niet alleen ik leef een soort tweezijdig bestaan, ook de Kigezi Diocese heeft verschillende gezichten. De Diocese representeert enerzijds de kerk met haar missie die het woord van God verspreidt. Anderzijds is het een ontwikkelingsorganisatie dat humanitaire principes probeert na te leven. Dat dit naast elkaar en vrijwel los van elkaar functioneert, is bijzonder. De belangrijke Bisschop en de priesters die er altijd officieel uitzien, netjes in pak met witte kragen, representeren een groot bureaucratisch instituut. Echter, ook zij zijn maar mensen die uitbundig zingen en op Afrikaanse trommels slaan tijdens de dagelijkse bijeenkomst op kantoor.

Disclaimer: Beweringen en meningen geuit in deze column zijn die van de auteur en niet (noodzakelijkerwijs) die van de betrokken organisaties of donoren.