Bali, Indonesië. Daar zit je dan. In een land ver van het vertrouwde Nederland dat helemaal vreemd voor je is. En dan ook nog eens alleen. Zonder reisgenootjes, zonder medestudenten en zonder begeleidende docent. Dit is dus mijn master van Culturele Antropologie. Dan vraag je je af: is dit wel iets voor mij? In dit artikel vertel ik over hoe het veldwerk zou kunnen zijn. Uiteraard betreft dit enkel mijn ervaring, maar ik geloof dat meerdere veldwerkers zich in dit artikel deels kunnen vinden.

Beesten en insecten waar je totaal niet op zit te wachten. Een taal die je niet spreekt en zij spreken de jouwe, of tenminste het Engels, amper of helemaal niet. Ander eten, andere mensen, vreemde slaapplaatsen zonder alle luxe van thuis. Een onderzoek dat niet wil vlotten en het gevoel van eenzaamheid. Dit is wennen. De eerste weken ervoer ik echt een culture shock, zoals ze dat noemen: je bent uit je comfort zone, weg uit je luxe, het bekende en vertrouwde en je hebt niemand om je heen om iets te delen. Tegelijkertijd is het hier prachtig. De natuur met rijstvelden, de zee, de zon. De mensen, de cultuur en de religie. Tempels, kleding, ceremonies en zoveel meer moois.

Nu, na de eerste maand, ben ik wel een beetje gewend aan de chichak’s, de insecten, de straathonden, het vuil, de chaos, irritante verkopers en dingen die ik niet ken. Ik heb nu al op vier verschillende plaatsen mijn tijd doorgebracht waar het steeds anders is en moet ik telkens weer even wennen. Weer uit je comfortzone en opnieuw de omgeving verkennen, ontdekken, mensen ontmoeten en natuurlijk je onderzoek voortzetten. Het doel waarmee je hier bent, is namelijk data verzamelen voor je masteronderzoek, terwijl je in een dubbelrol van toerist zit. Want geef toe: drie maanden op Bali alleen maar hard werken, dat doet niemand. En dat lukt ook niemand, want het is hier over het algemeen prachtig.

Veldwerk

Veldwerk is niet gemakkelijk; iets dat iedereen die dit al eens gedaan heeft vast kan beamen. Thuis maak je je voorstel: wat ga je onderzoeken, wat ga je aan mensen vragen, wie zijn er belangrijk en hoe ga je dit alles doen? Eenmaal in het veld, ook al blijf je in je eigen land, verandert er bijna altijd wel iets. Er gebeuren allerlei andere interessante dingen, of die zijn er juist niet. Je moet je aanpassen, je moet schuiven met je aanvankelijke doelstelling, komt in nieuwe wateren terecht die uiteindelijk een nieuwe draai aan je onderwerp geven.

Momenteel zit ik dus midden in die wateren, wat ironisch is, gezien ik aan de zee zit. Maar ik bedoel dat mijn onderzoek volop in verandering is, vragen worden veranderd, inzichten en richtingen vliegen alle kanten op. Eerlijk gezegd word ik daar wat gestrest, gefrustreerd en verward van, maar ik weet dat het, zodra duidelijk is wat ik hier dan wél doe, het allemaal wel goed komt en alle balletjes vanzelf beginnen te rollen. Voordat ik het weet is het 1 mei en is mijn veldwerkperiode hier klaar.

Over twee maanden zal deel 2 volgen, nadat ik mijn veldwerk heb afgerond, alle ups en downs volledig heb meegemaakt en ik me kan gaan storten op het verwerken van alle data in de vorm van een scriptie. Mijn afstudeerscriptie! Goh, wat volwassen.

Afbeelding: Robin tussen Balinese locals in Ubud, Galungan, Indonesië.

Essentials voor backpackers