De ander. Antropologen staan erom bekend dat zij zich bezighouden met en nieuwsgierig zijn naar alles wat anders is. Ze verdiepen zich in het onbekende, in binnen- en buitenland, en proberen het te begrijpen. Ook in het leven van alledag, de politiek en het nieuws is ‘de ander’ een belangrijk thema. De toeristische sector draait zelfs volledig om ‘de ander’ en ‘het andere’. De toerist en de antropoloog lijken zich met hetzelfde bezig te houden. Een antropoloog, die in het buitenland veldwerk doet, hoort dan ook vaak ‘fijne vakantie’ of ‘veel plezier daar’. Net alsof de antropoloog op vakantie gaat in plaats van te werken. Maar hoeveel lijken de toerist en antropoloog echt op elkaar?

Antropologie en toerisme

Toerisme is een relatief jong onderwerp binnen sociologisch en antropologisch onderzoek. Pas sinds de opkomst van het massatoerisme in de jaren tachtig nam in de jaren negentig de hoeveelheid onderzoek naar toerisme toe. Toerisme was een globaal fenomeen geworden. Daarbij lag de focus in de wetenschap in het begin met name op het definiëren van toerisme. De toerist werd tot dan toe door de antropoloog vaak gezien als toevallige voorbijganger tijdens veldwerk. Het was een figuur, die alleen de moeite waard was voor de persoonlijke aantekeningen en niet voor officiële artikelen. Toen de toerist zelfs op de meest afgelegen plekken opdook, kon men er echter niet meer omheen: de toerist was een sociaal fenomeen en de aandacht waard.

Antropologen, toeristen en reizigers

De opkomst en omvang van toerisme doet steeds vaker de vraag rijzen wat het verschil is tussen de antropoloog en de toerist. Behoren zij tot dezelfde categorie of zijn de verschillen groot genoeg om niet eens tot dezelfde ‘familie’ te horen? In wetenschappelijke uiteenzettingen worden de twee steeds vaker als neven bestempeld. Antropologen houden er echter meestal niet van om als toerist bestempeld te worden. Iets wat ook vaak geldt voor toeristen zelf. Tegenwoordig onderscheidt een deel van de toeristen zich graag van die groep door zichzelf ‘reizigers’ (travellers) te noemen. Deze groep zegt zich, in tegenstelling tot ‘typische toeristen’, meer te willen verdiepen in culturen en meer interactie te zoeken met locals. Iets wat het onderscheid met antropologen kleiner lijkt te maken.

Doorbreken van het ‘tourist syndrome’

Zowel de toerist als de reiziger is op zoek naar een ultimate experience of reality. Ze zoeken naar imagined reality, die voor hen gecreëerd wordt door een industrie, die weet wat haar klanten willen. Een antropoloog, echter, is in eerste instantie niet op zoek naar die persoonlijke verrijking, maar naar kennis en (wederzijds) begrip. Er is sprake van reciprociteit* in de relatie tussen bezoeker en bezochte.

De beweegredenen van een antropoloog om zich in een voor hem/haar onbekende maatschappij te vestigen zijn daarnaast ook anders, waarbij de nadruk ligt op vestigen. Het werk van een antropoloog bestaat uit onderdompeling in een cultuur, een vorm van integratie, waar tijd voor nodig is. In tegenstelling tot toeristen en reizigers, die tijdens hun verblijf enkel het topje van de ijsberg kunnen en zullen ervaren. Antropologen verschillen op essentiële punten van toeristen, maar vanwege het stereotype karakter van ‘de toerist’ zullen ze moeite moeten blijven doen om het stereotype te doorbreken. Voor ‘de ander’ is de bezoeker immers ‘de ander’ en van de buitenkant is er dan geen verschil tussen een toerist, een reiziger en een antropoloog.

*Reciprociteit gaat over een gelijkwaardige wederzijdse behandeling/uitwisseling.

Afbeelding: Falmouth, Jamaica © Laura van Heun.

Leuk als je dit deelt! Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmail