Songhoy Blues

Toen er separatistische Toearegs zwaarbewapend terugkeerden na hun verloren gevecht in Libiē, was er geen plaats meer voor muziek in het noorden van Mali. Garba (28), Aliou (28) en Oumar (29), uit de noordelijke regio’s Timboektoe en Gao – thuishaven van de etnische groep Songhoy – pakten hun muzikale gerei en vertrokken in zuidelijke richting naar de hoofdstad van Mali, Bamako.

[pullquote]”We zijn er trots op dat we de Malinese cultuur kunnen presenteren en het Malinese image kunnen bijschaven.”[/pullquote]Maar bij de pakken neerzitten, was er voor de jongens uit één van de armste landen van de wereld niet bij. Ze pakten hun gitaren op en formeerden met Nathanial (26) uit Bamako achter de drums Songhoy Blues. Heimwee en verlangen naar hun noordelijke thuis klonk door in hun muzikale tonen, terwijl ze deze ten gehore brachten aan hun medevluchtelingen om de pijn te verzachten. Dit verlangen hoor je vandaag de dag nog steeds in de muziek van de mannen. Echter, rebellerende teksten tegen een wereld waar geen plaats is voor muziek, passeren ook de revue. ‘Onze teksten refereren naar de situatie waarin we leven; sociale problemen en meer uit Mali,’ laat de band met vriendelijk voorkomen weten. ‘Maar wie weet in de toekomst – gezien we de wereld steeds beter leren kennen – kunnen er andere elementen in onze teksten verweven worden.

Want de mannen reizen nu met hun band de wereld rond. Een lach en sprankeling verschijnt op hun gezicht: ‘We zijn erg trots met de mogelijkheid om te kunnen reizen en onze cultuur en muziek te kunnen presenteren aan de wereld. Dit is geen kans die aan iedereen gegeven wordt. Er zijn genoeg mensen in Mali die dit willen doen, maar zij krijgen de kans niet.’

Grote families

Een kleine weemoedige glimlach verschijnt bij de gedachte aan het missen van hun familieleden: ‘Het is wel normaal dat we hen een beetje missen,’ aldus de band, ‘vooral in het begin toen we nog niet gewend waren lange periodes weg te zijn.’ Maar opgetogen vertellen ze dat hun families enorm groot zijn. ‘Ik heb acht broers en zussen van dezelfde ouders. Maar een man mag meerdere vrouwen hebben en met ooms en tantes erbij geteld, zijn de families enorm groot!’

De ouders van de vier positieve mannen waren in eerste instantie niet blij met hun keuze om muziek te maken. Immers, het was wat gevaarlijk met de extremistische onrust in het noorden. ‘Maar na verloop van tijd hebben we kunnen aantonen dat het goed gaat. Sterker nog, als we terugkomen na weer een tour door het buitenland, zijn onze ouders erg trots.’ Echter, het succes legt wel wat druk op hun schouders: ‘Mensen verwachten nu dingen van ons,’ lachen de Malinese jongemannen.

Moderne gitaarklanken en roots van de Songhoy

[pullquote]”We moderniseren onze roots met nieuwe instrumenten als de gitaar.”[/pullquote]Hedendaagse rock en hiphop, vermengd met Desert Blues en traditionele elementen uit hun culturele achtergrond resoneert in de muziek van Songhoy Blues. De deze dag gemarginaliseerde etnische stam in Mali, Songhoy, eens heersend over de westelijke Sahel, en op haar hoogtepunt één van de grootste imperia uit de Afrikaanse en Islamitische geschiedenis, dient als inspiratiebron voor de band. Ze dragen in hun hart de liederen en dans van de Songhoy bij zich. ‘De traditie is niet echt terug te zien op het podium,’ laat de band weten, ‘we moderniseren onze roots met nieuwe instrumenten als de gitaar.’ En deze modernisering van hun culturele roots, mede dankzij hun muzikale liefde voor West-Afrikaanse iconen als Baba Salah en Ali Farka Touré, is niet onopgemerkt gebleven. In 2013 is hun mix van traditie en moderne gitaarklanken door Africa Express gesignaleerd dat heeft geresulteerd in het album ‘Music in Exile’, geproduceerd door Nick Zinner van Yeah Yeah Yeahs en Marc-Antoine Moreau.

They Will Have to Kill Us First

De mannen spelen bijna vanzelfsprekend een prominente rol in de documentaire ‘They Will Have to Kill Us First’, een documentaire die verhaalt over de afgelopen drie jaar in Mali waarin verschillende musici uit het noorden van Mali uitgelicht worden. ‘Sommigen zijn bang, sommigen hebben moeten vluchten en sommigen hebben problemen onder ogen moeten zien,’ zegt de band hierover.

Mali

De mannen zijn erg blij met de kans dat ze over Mali kunnen praten. ‘We zijn er trots op dat we de Malinese cultuur kunnen presenteren en het Malinese image kunnen bijschaven.’ Met hun positieve vibe: ‘Er is net een vredesakkoord (20 juni) in Mali getekend tussen de separatistische Toeareg en de regering waarmee de dingen beter zouden moeten worden.’

Meer weten?

Surf dan naar songboy-blues.com. Album kopen? Ga dan naar de merchandise website van Songhoy Blues.

‘They Will Have to Kill Us First’ gaat in Londen in oktober in premiere voor Europa en is daarna in bioscopen te zien.

[tabs]
[tab title=”De Songhoy”]
Ook wel Songhay of Songhai genoemd, leven nabij de rivier Niger in oost-Mali, ten westen van Niger (land) en ten noorden van Benin, in de Sahel. Vele Songhay zijn praktiserend Moslim.

De Songhay zijn trots op hun heroïsche verleden en vieren dit met liederen, dans en gedichten.

De moeder van Faran Maka Bote bleek een geest van de rivier die zijn vader, een visser Nisili Bote genaamd, tegen was gekomen. Omdat Faran geen menselijke moeder had, groeide hij tot reus met magische krachten. Hij won met succes een gevecht tegen Zinkibaru, tevens een geest van de rivier, maar werd overmoedig.

Dongo, de godheid van de bliksem en donder besloot in reactie hierop dorpen plat te branden waarbij dorpsbewoners omkwamen. Hij eiste dat de reus zijn nederige respect toonde middels muziek en lofgedichten en het offeren van dieren. Dongo liet Faran weten dat als hij festiviteiten zou organiseren, Dongo neer zou dalen in de lichamen van de dansers. De mensen die aan de rivier Niger wonen, zouden geholpen worden.

Deze dag wordt bovenstaande folklore geuit middels ceremoniën waarbij de ‘sorko’ (lofzangers) directe afstammelingen van Faran zouden zijn.
[/tab]

[/tabs]

Essentials voor backpackers