‘Hij heeft dagenlang in een doos gezeten.’ De succesvolle ambtenaar voor me kijkt me vriendelijk aan. Hij draagt een zwart pak en felrood strikje. Zijn haar is kortgeknipt en zijn tanden glanzend wit. Hij kijkt niet weg wanneer er meer gruwelijke details uit zijn verleden worden verteld aan een toevallige bezoekster in de gedaante van mijzelf. ‘Zijn tantes zijn stuk ...