Naast de overbekende Mayacultuur kende Centraal-Amerika en de Dominicaanse Republiek vele andere inheemse volkeren waarvan de culturen en bouwstijlen tot vandaag de dag overleven. De culturele erfenis manifesteert zich in fel gekoesterde tradities, festivals, folklore en kunst. Landen als Nicaragua, Panama, Costa Rica en de Dominicaanse Republiek zijn duidelijke paradigma’s van samenlevingen waarin de mengeling van culturen deze dag tastbaar waar te nemen is.

Nicaragua: Koning Pulanka, het feest van de Miskito-volkeren

De cultuur en folklore van Nicaragua is het resultaat van een mix van inheemse (Chorotega en Nahuatl), Spaanse en Afrikaanse culturen. Hun geschiedenis is intrinsiek verbonden met inheemse en blanke Europeanen, vooral Spaans en Engels. Culturele tradities zijn nog steeds bewaard gebleven, zoals dansen met verschillende muzikale ritmes, te zien in de koloniale steden en te proeven in de gastronomie van dit land.

Ook verschillende festivals vinden hun oorsprong in het verre verleden. Zo wordt in de autonome regio van de Noord-Caribische kust (RACCN) elk jaar de traditionele koning Pulanka dansen gevierd, een van de langstlevende inheemse festiviteiten in Nicaragua, waarvan de bakermat de gemeente Puerto Cabezas is. Koning Pulanka, een woord in Miskitu dat ‘Koningsspel’ betekent, wordt gevierd tussen de maand januari en februari van elk jaar. Daarbij begeleiden de gemeenschapsleden twee jonge mensen die de koning van La Mosquitia en zijn vrouw vertegenwoordigen. Met pijlen en machetes voeren ze een quasi gevecht op en herinnert zo aan de tijd dat het koninkrijk La Mosquitia bestond.

Panama: archeologisch park El Caño

Door de jaren heen is de Panamese identiteit ontstaan via een mengelmoes aan komaf en culturen: Spanjaarden, Indianen, Afrikanen, Afro-Antillianen en andere volkeren. Het Spaanse erfgoed komt vooral tot zijn recht in de regio’s Azuero en Coclé, waar tradities en cultuur nog hoog in het vaandel staan. De Afrikaanse erfenis schittert in de kleurrijke Congo-dansen, een traditie die zich in de provincie Colón heeft gevestigd, meegebracht door voormalige slaven die bekend stonden als ‘Cimarrons’. In feite bestaan er zeven inheemse volkeren naast elkaar in het land: de Ngäbe, de Buglé, de Guna, de Emberá, de Wounaan, de Bri bri en de Naso Tjërdi.

Een goed voorbeeld van het Panamese verleden wordt weerspiegeld in het El Caño Archeologisch Park, dat laat zien hoe de samenlevingen die Panama bewoonden eruit zagen vóór de verovering. De archeologische vindplaats omvat een uitgebreide necropolis met grafheuvels en een ceremonieel centrum met stenen monolieten van basalt die werden gebruikt tussen de jaren 700 en 1000 na Christus. De grootste tombe bevatte minstens 25 lichamen. De belangrijkste was bedekt met stukjes goud en koper, en stukken uit steen, been en ivoor. De overvloed en kwaliteit van de vondsten hebben El Caño tot de belangrijkste archeologische vindplaats in Panama gemaakt. Een nieuw museum presenteert de meest recente archeologische vondsten.

Costa Rica: culturele diversiteit en culturele wonderen

De rijkdom van Costa Rica vind je ook in de culturele diversiteit van haar bevolking. Door de geschiedenis heen is de inheemse bevolking van pre-Spaanse afkomst vergezeld gegaan door golven migranten die zich hier vestigden. Bevolking van Europese afkomst, voornamelijk Spanjaarden, mensen van Afrikaanse en Aziatische komaf, evenals uit verschillende delen van het Amerikaanse continent, hebben hun cultureel erfgoed verrijkt door vermenging van afkomst. Voeg daar de inheemse volkeren van Bribri, Cabécar, Maleku, Teribe, Boruca, Ngäbe, Huetar en Chorotega aan toe en en je hebt een goed beeld van de Costa Ricaanse melting pot.

Bovendien biedt Costa Rica wereldberoemde culturele wonderen. Het Nationaal Archeologisch Monument van Guayabo nabij de stad Turrialba, telt als de belangrijkste archeologische nederzetting van Costa Rica, gebouwd tussen 300 voor Chr. en 1400 na Chr.

Dominicaanse Republiek: de Taino-indianen in het Altos de Chavón Regionaal Archeologisch Museum

De eerste inwoners van de Dominicaanse Republiek waren de Taíno-Arawak, die zich er vestigden vóór de komst van Christoffel Columbus en de Spanjaarden. De Tainos hadden meerdere koninkrijken, elk geregeerd door een leider of cacique, en ze leefden vreedzaam naast elkaar. Er waren verschillende dappere Taíno-leiders die in opstand kwamen tegen de Spaanse kolonisatie en slavernij. Cacique Caonabo, uit de regio Samaná, was de eerste die een opstand leidde.

De Taino’s beoefenden complexe landbouw, maar ze waren ook ambachtslieden en geloofden in de geneeskrachtige kracht van planten en natuurlijke remedies. In een aantal grotten – voornamelijk in Samaná, Bayahíbe, San Cristóbal en Enriquillo – zijn mysterieuze rotstekeningen gevonden van deze verloren beschaving. Verschillende musea, met name het Museum van de Dominicaner in Santo Domingo en het Regionaal Archeologisch Museum Altos de Chavón in La Romana, tonen enorme collecties van de precolumbiaanse Taino-cultuur van 4000 voor Christus tot 1492. Het museum behandelt ook de geschiedenis van Altos de Chavón en de Dominicaanse Republiek.

Meer weten over bovenstaand cultureel erfgoed? Vind meer info over:

Afbeeldingen: Koning Pulanka dansen door Visit Nicaragua.