‘Mekka is een industrie, het is van alle tijden, maar bovenal gaat het over het verlangen, intenties en motieven om op hadj te gaan.’

Dat ik als één van mijn eerste projecten voor Wereld van Culturen naar het Rijksmuseum Volkenkunde in Leiden – één van mijn favoriete musea – mag, voelt als a dream come true. Mijn enorme honger om me bezig te houden met de prachtige culturen van deze wereld, wordt hier toch keer op keer gestild. En deze keer mocht ik mijn hoger stillen omtrent de bedevaart, ook wel hadj genoemd, naar Mekka. We weten allemaal dat dit een religieuze verplichting is voor moslims, maar er gaat nog zoveel meer achter schuil en daar kom ik graag achter. Daarom interview ik dr. Luit Mols, conservator Midden-Oosten, West- en Centraal Azië, één van de samenstellers van de tentoonstelling Verlangen naar Mekka – de reis van de pelgrim die van 10 september 2013 tot en met 9 maart 2014 te zien is in het museum.

In het persbericht dat ik onder ogen had gekregen, stond helder dat tijdens de tentoonstelling de beweegredenen van moslims worden belicht. Hier ben ik heel benieuwd naar en vraag Luit meteen naar de verschillende intenties en motieven van de verschillende bedevaarders. ‘Het is een idee dat al vaker in ons museum is uitgevoerd, omdat we het heel belangrijk vinden om mensen over hun eigen cultuur te laten vertellen, over hun eigen beleving,’ laat Luit me weten.

KaäbaAl snel tijdens het interview wordt het me duidelijk dat er echt veel om de bedevaart te doen is. De bedevaart naar Mekka is groots. Jaarlijks trekken miljoenen moslims naar Mekka. Vanuit Nederland zijn dat er jaarlijks al 5000. Maar niet alleen het aantal pelgrims dat deze bedevaartstocht gaat maken is groots: als je door het Rijksmuseum Volkenkunde loopt, ontdek je als snel dat de hadj, zoveel meer is. Het is een industrie, het is van alle tijden, maar bovenal gaat het over het verlangen, intenties en motieven om op hadj te gaan, over beproevingen die pelgrims tegenkomen en over spirituele en culturele rituelen, intens en met velen, vroeger en nu. Dat is waar de tentoonstelling Verlangen naar Mekka – de reis van de pelgrim over gaat. (Foto: ka’aba).

‘We vonden het belangrijk dat overal in de tentoonstelling de motieven van de pelgrims werden geïntegreerd,’ zegt Luit. ‘Wat waren de verwachtingen van de pelgrims, waarom gingen ze? En hoe kwamen ze thuis? Is er iets gebeurd daar of daarna dat ook iets heeft veranderd in hun leven? Hebben ze daadwerkelijk het gevoel dat ze een ander mens zijn of niet?’

Intenties en motieven voor iedereen anders
Luit en ik duiken meteen de diepte in met de verschillende percepties van verschillende moslims. Voor iedere pelgrim blijkt de hadj en de intenties en motieven om te gaan anders te zijn. De conservatoren vonden het belangrijk om in deze tentoonstelling te laten zien dat de hadj voor iedere moslim een religieuze verplichting is, mits deze persoon gezond is en het financieel kan bolwerken, maar dat elke deelnemer het toch op een andere manier zal beleven. ‘Ik denk dat dat meteen ook al ligt aan het feit wanneer je in je leven de reis gaat maken,’ zegt Luit. ‘Sommige mensen vinden dat je het aan het eind van je leven moet doen om de balans op te maken en vergeving te vragen voor alles dat je fout gedaan hebt en dat je daarna rustig kunt sterven. Maar er zijn nu ook steeds meer jongeren die gaan. We hebben geprobeerd zowel jongeren, als mensen van middelbare leeftijd als wat ouderen te interviewen om al die verschillende motieven te horen te krijgen, want het kan zijn dat jongeren gaan omdat ze zich geroepen voelen, maar ook omdat ze iets heel graag wensen. Het kan van alles zijn, ook iets dat heel privé is dat ze niet aan ons willen vertellen en met het grote publiek willen delen, of het kan iets zijn dat ze wel degelijk willen vertellen.’

4-Mahmal van Sultan Abdul AzizTevens zijn er mensen voor de tentoonstelling geïnterviewd die nog niet zijn gegaan. Het betreft dan vooral gedachten als ‘hoe zou het zijn om op hadj te gaan en wanneer zou ik het in mijn leven willen doen?’. Dan gaat het om het verlangen naar Mekka; de naam van de tentoonstelling. Maar de tentoonstelling heeft ook nog een subtitel: ‘De reis van de pelgrim’. ‘Het gaat niet alleen over het verlangen, maar ook over het doelbewust beleven van de reis,’ maakt Luit me duidelijk. ‘De reis is niet alleen een fysieke reis, maar ook een religieuze, spirituele reis en iets dat echt van enorm grote betekenis is.’ (Foto: Mahmal van Sultan Abdul Aziz, aangeboden door de Egyptische khedive Isma’il Pasha, Caïro, 1867-76, eigendom van Nassar D. Kahlili Collection of Islamic Art, TXT 442).

Vroeger en nu
Ik kom erachter dat het Rijksmuseum Volkenkunde niet alleen de actuele situatie belicht, maar dat er al stukken in de tentoonstelling te zien zijn uit de negende eeuw. Ik denk dat de intenties van de pelgrims van toen moeilijker te achterhalen zijn, maar er valt wel iets op. Vroeger deden vele moslims het één keer in hun leven en dat kon een ontzettend lange reis zijn. ‘We hebben twee Afrikaanse mensen geïnterviewd en van één daarvan was de opa vijfentwintig jaar van huis,’ vertelt Luit. ‘Hij is van land naar land naar land gegaan. Elke keer stopte hij ergens om te werken en weer geld te verdienen en om weer door te gaan. En dat was vaker het geval bij Afrikaanse moslims in het verleden: ze hoefden niet altijd alle financiën bij elkaar te vergaren voordat ze gingen, maar konden dat ook doen tijdens de reis en dat kan betekenen dat ze waanzinnig lang onderweg zijn. Dan is het echt de reis van je leven!’

2-Qiblah kompas, 1582Dat blijkt in onze huidige tijd ook wel te zijn, volgens de geïnterviewden van de tentoonstelling. Alleen is het nu heel anders. De reis duurt geen jaren, maar het betreft een spiritueel moment beleven met zo’n drie miljoen mensen tegelijk. ‘Echt veel!’, zeg ik terwijl ik rechtop in mijn stoel gaan zitten. ‘Zeker,’ zegt Luit, ‘en het geeft je waarschijnlijk ook een andere beleving: je bent met zoveel mensen samen en daar geven mensen ook over aan dat dat erg bijzonder is. Samenzijn met zoveel mensen en bidden met zoveel mensen is niet altijd gemakkelijk.’ ‘Met drie miljoen mensen’, lach ik, ‘dat is heel intens!’ Luit beaamt dit. ‘Maar soms kun je ook afgeleid worden door anderen, want het is nooit stil. Dat kan niet met drie miljoen mensen. En dat maakt het ook interessant, denk ik, en díe verhalen proberen we te laten zien.’ (Foto: Qiblah Kompas, gemaakt door Bayram Ibn Ilyas in 1582, Britsh Museum, 1921,0625.1).

Documentaires
Van de intenties en motieven van de pelgrims gaan Luit en ik over op de stukken die er tijdens de tentoonstelling te zien zijn. Want daar gaat het natuurlijk óók om. Er blijken een aantal documentaires over de hadj gemaakt te zijn die het museum laat zien: één die in Marokko is geschoten, één in Indonesië en één in Palestina. Luit vertelt me meteen over het dilemma van Palestijnen. ‘Palestijnen willen ook op hadj, maar hebben geen paspoort: hoe doen ze dat dan?’ Daar hebben we een item over gemaakt. En er zijn twee mannen uit Mali geïnterviewd, één is zelf gegaan en de ander vertelt het verhaal van zijn opa die vijfentwintig jaar op weg is geweest. En dat wisselen we dan af met filmpjes, oude filmbeelden van hadj-gangers.’

Sitarah (gordijn voor de buitendeur van de ka'ba‘We hebben ook beeld van de eerste film over de hadj, gemaakt door een Nederlander,’ vertelt Luit. ‘De heer Krugers, geboren in Nederlands Indië, heeft de eerste Nederlandse hadj film gemaakt.’ Ik raak dermate geïnteresseerd en vraag wanneer dat dan wel niet was. ‘In 1928,’ zegt Luit. ‘We hebben een kleine episode uit de film genomen, maar we willen nog een keer een item in het museum belichten waar we integraal de hele film draaien. En ik heb de zoon ontmoet – die inmiddels over de tachtig is – en die wil dan heel graag een inleiding houden. Ik hoop dat we dat kunnen gaan doen, want dat is prachtig!’ (Afbeelding: de kiswa, hiervan het gordijn (sitarah) voor de buitendeur van de Ka’aba in de naam van Sultan Ahmad I, Ottomaans Egypte, Caïro 1015/1601, eigendom van Nassar D. Khalili Collection of Islamic Art, TXT 253).

De tentoonstelling heeft oude beelden, nieuwe beelden, maar ook voorwerpen die iets over de bedevaart vertellen. Die zijn divers en zijn afkomstig uit alle tijden. ‘Daarmee laten we zien dat de hadj iets is van nu, van de Middeleeuwen en het begin van de Islam. Het gaat over allemaal mensen die teruggaan naar de tijd van Abraham en Mohammed, en ook in elkaars voetsporen treden. Dat is ook iets heel wonderlijks, iets dat niet overgaat,’ vertelt Luit met glanzende ogen. ‘Het behoorde toen tot de religieuze plicht van de moslims tot aan nu. Dat maakt het zo fascinerend!’

8-Wereldkaart met Ka'ba in het centrumVerweven in Nederlandse geschiedenis
De Nederlandse geschiedenis is meer in de hadj verweven dan we vaak denken, iets dat deze tentoonstelling ook belicht. Luit licht toe: ‘Nederland heeft veel geschiedenis op het gebied van de hadj. En dat is iets dat nu hopelijk duidelijker wordt. Het is allemaal niet zo ver van ons bed. Het is veel dichterbij; het is bijvoorbeeld in onze geschiedenis verbonden met Nederlands Indië. Daar waren heel veel moslims die op hadj gingen. De Nederlandse overheid heeft op een gegeven moment besloten om consulaat Djedda op te richten, al in 1873, dat in grote mate werkzaam was om alle pelgrims te faciliteren. De Nederlandse overheid heeft heel veel van doen gehad met de registratie, het afhandelen van reispassen; met de hele administratie die gedaan moest worden. Er voeren Nederlandse schepen van Indonesië, Nederlands Indië naar Djedda. Er waren schepen actief van Oost-Afrika naar Djedda. Nederlanders waren er heel erg mee bezig. Ze zagen er natuurlijk ook handel in, maar het waren ook Nederlandse onderdanen en dat vonden ze ook belangrijk. En dat hebben we tot de jaren vijftig van de twintigste eeuw gedaan.’ (Afbeelding: Plattegrond van de Grote Moskee in Mekka op pelgrimsrol. Mekka, 17de-18de eeuw. Nasser D. Khalili Collection of Islamic Art, Londen, MSS 745.1).

Vanaf de jaren zestig en zeventig kwam de instroom op gang van Marokkaanse en Turkse werknemers naar Nederland. ‘Geleidelijk aan toen de financiën toenamen, zijn er vanuit Nederland ook steeds meer pelgrims naar Mekka gegaan en kreeg het een andere richting. En in Suriname waren natuurlijk ook altijd pelgrims,’ vertelt Luit.

9-Ceremonieel paardentuigNederlandse pioniers die zich hebben bekeerd tot de Islam
Er zijn ook Nederlanders geweest die de hadj fotografeerden. ‘De eerste Europeaan die in Mekka heeft gefotografeerd, Christiaan Snouck Hurgronje, in 1884 in Djedda, 1885 in Mekka, heeft ontzettend veel foto’s gemaakt die wereldwijd heel beroemd zijn, laat Luit weten. Ze legt me uit dat Nederlanders een rol hebben gespeeld in het zichtbaar maken van pelgrims en het idee over de hadj: ‘Dat heeft duidelijk te maken met de Nederlandse wetenschap en geschiedenis, daar hebben Nederlanders een bepaalde rol in gespeeld. Zoals Krugers met zijn film uit de jaren twintig.’ (Afbeelding: Ceremonieel paardentuig (Osmaanse Rijk 1700-1800, Nassar D. Khalili Collection of Islamic Art, Londen, MTW 995).

Daarnaast zal tijdens de tentoonstelling duidelijk worden dat ook dokter van der Hoog, van de cosmetica, zich had bekeerd tot de Islam en de hadj naar Mekka heeft gedaan en daar een boek over heeft geschreven dat in de tentoonstelling te bewonderen is: ‘Pelgrims naar Mekka’. Ook de heer Neervoort van der Poll is bekeerd tot de Islam – overigens hadden niet alle Nederlanders zich bekeerd tot de Islam – werkte in Djedda en hield zich bezig met het vervoer van de pelgrims en heeft ook de hadj gedaan. ‘Leuk om te zien hoe Nederlanders zich ermee bezighielden en hoe zij het avontuur kozen en dit wilden meemaken!’

Wereldwijde spullen
Verlangen naar Mekka – De reis van de pelgrim is dus een brede en diverse tentoonstelling, heb ik ondertussen begrepen. Maar ook in geografische zin: de tentoonstelling heeft het ook over moslims uit bijvoorbeeld China. ‘We hebben bijvoorbeeld kleding die een mede conservator heeft verzameld in Beijing afgelopen jaar. Daar is hij naar een markt gegaan voor moslims en heeft hij naar speciale mannenkleding voor tijdens de hadj gevraagd. Toen heeft hij twee witte lappen – overal zijn het twee witte lappen – gehaald, en daarop staat in het groen ‘de Chinese hadj’, in het Arabisch, maar ook in Chinese karakters. Dát laten we zien. Ik was zelf afgelopen jaar in Caïro waar ikzelf aankopen heb gedaan, een andere collega was in Indonesië. We laten dus wereldwijde spullen zien die soms allemaal overeenkomen. We hebben gebedentellers waarop staat ‘made in China’, maar die hebben we aangekocht in Marokko, Mali, Caïro en Indonesië: precies dezelfde! En dat is zo grappig!’ vertelt Luit met een lach. ‘Dan kun je pas de enorme verspreiding zien van objecten die iedereen aankoopt. China als grote leverancier van heel veel van dat soort nieuwe producten.’

De hadj blijkt een hele industrie achter zich te hebben, leer ik. Objecten komen van heinde en verre en gaan van heinde naar verre. ‘We wilden gewoon zien wat we aankochten in verschillende landen en soms kwamen we met exact hetzelfde terug en soms waren er echt lokale varianten. De vrouwenkleding in Indonesië is echt typisch voor Indonesië. Dat kan ik niet in Egypte kopen. En in Egypte hadden ze weer iets anders.’

10-Fragment van de kiswaVerbinding
Ik merk dat de hadj veel meer leeft in de wereld, dan ik als Nederlander zou denken als ik er niet bij stil zou staan. Mijn hartenwens dat mensen vredig met elkaar omgaan, duikt op en ik vraag Luit of zij net als ik hoopt dat deze tentoonstelling zal bijdragen aan het verbinden van mensen in Nederland; er is nogal wat aan de hand tussen het Westen en de Arabische Wereld. ‘Ik hoop het echt!’ springt Luit bijna op. ‘Ik hoop dat mensen zien dat mensen mensen zijn. Dat is eigenlijk een heel eenvoudige boodschap, maar in elke religie is er een vorm van bedevaart, iets dat we met zijn allen gemeen hebben. Of dit nu in het Christendom is waar je naar Santiago of Lourdes gaat, in de Islam is het Mekka. Nu is het in de Islam natuurlijk een religieuze plicht, maar het verlangen om op bedevaart te gaan en om je los te maken van een situatie en iets anders te zoeken, is iets dat we allemaal wel ergens delen. Ik zie heel veel relaties en verbanden tussen wat er beleefd wordt tijdens de hadj en wat er beleefd wordt in de Nederlandse maatschappij.’ (Afbeelding: Fragment van de kiswa, Osmaans Egypte, Caïro voor 1921. Rijksmuseum Volkenkunde, Leiden, B118-1).

Samenwerking
Ga je naar deze tentoonstelling, dan kun een samenwerking met de Leidse Leerstoel Arabische Taal en Cultuur verwachten. Deze bestaat dit jaar 400 jaar en wordt in de tentoonstelling geïntegreerd met activiteiten. Zo komt er een oosterse markt en worden er lezingen gehouden. ‘Maar niet allen hier,’ vertelt Luit, ‘ ook in het Rijksmuseum voor Oudheden; er zijn allerlei activiteiten onderling tussen de verschillende musea waarin we samenwerken met 400 jaar Arabische Leerstoel. Aanstaande donderdag (5 sept, red.) opent ook de tentoonstelling in het Leids Museum voor Oudheden over deze 400 jarige leerstoel.

Verlangen naar Mekka - Rijksmuseum Volkenkunde Leiden (2)Toegangskaartjes winnen
Ondertussen heb ik heel wat inzichten gekregen in de beweegredenen van moslims om op hadj te gaan. Ik kan niet wachten om mijn informatie in fysieke gedaante te zien tijdens de tentoonstelling die ik binnenkort met een vriendinnetje zal gaan bezoeken. Wat mij betreft, betreft deze hele tentoonstelling een meerwaarde, omdat het inzicht geeft in de hadj en een kijk in de intenties en motieven van Islamitische bedevaarders. Dat lijkt mij zeer leerzaam en is voor mij een motief om deze tentoonstelling te bezoeken, juist in deze turbulente tijd van conflicten tussen het ‘Oosten en Westen’; het ontdekken van verschillen die juist kunnen binden.

Ga jij ook? Ik maak het je makkelijk. Je kunt namelijk twee vrijkaartjes voor de tentoonstelling winnen.

Prijsvraag gesloten. Henriëtte is de gelukkige winnaar.

Essentials voor backpackers